Wikia


De Isselse biercultuur neemt een geheel eigen positie in in de Europese drinkcultuur. De relatieve afzondering van Issel heeft evenzeer aan het unieke karakter ervan bijgedragen als de handelsbetrekkingen overzee. De Isselse biercultuur combineert Duitse, Nederlandse en Britse invloeden met eigen tradities en inzichten.

De moderne Isselse biercultuur is zelfbewust: Isselaars waarderen hun eigen bieren boven import en brouwerijen zetten in op kwaliteit en traditie. Het bestaan van veel kleine, eeuwenoude brouwerijen maakt dat Issel voor bierliefhebbers over de hele wereld een geliefd reisdoel is.

GeschiedenisEdit

OntstaanEdit

De vroege Germanen dronken al bier, maar over deze bieren is weinig bekend. Voor inzicht in de ontwikkeling van de Isselse bieren moet vooral naar de opbloei van de landbouw en handel overzee gekeken worden.

De oudste bieren zijn bieren van spontane gisting. Bij dit type bier komt de mout tot gisting door aanraking met stoffen in de lucht. Een Isselse legende veronderstelt het bestaan van een kabouter, de seum, die ervoor zorgt dat de mout tot gisting komt en de suikers worden omgezet in alcohol. Bier van spontane gisting wordt derhalve seum genoemd.

Bieren van kunstmatige gisting zijn mogelijk ook zeer oud: voor de mout werd brood gebruikt en het broodgist veroorzaakte de nodige gisting. In de middeleeuwen werd deze techniek verder ontwikkeld en konden brouwers met eigen gisten gaan werken, die door de brouwer zelf aan de mout werd toegevoegd. Nu ontstond er min of meer gecontroleerde gisting.

Nieuwe tijdEdit

Het bier werd tot de zestiende eeuw op smaak gebracht met een kruidenmengsel, een grút (gruit), dat kon verschillen per brouwer. Hop werd aanvankelijk weinig gebruikt, maar bleek een veiliger product dat zeer geschikt was voor het brouwen van fris, bitter bier. In sommige steden werden de gruitbieren verboden omdat de kruidenmengsels moeilijk te controleren waren. De hopbieren kregen zo de overhand, maar met name op Wiedsoage en Kleif bleven de gruitbieren naast de hopbieren bestaan en ontstond er kwaliteitscontrole op de gebruikte kruidenmengsels.

Door veredeling van tarwesoorten werd het mogelijk ook in Issel, dat eigenlijk boven de tarwegrens ligt, tarwe te verbouwen. Dit maakte het mogelijk om eigen tarwe in het bier te verwerken, zij het in combinatie met andere granen.

De volgende belangrijke ontwikkeling in de biercultuur was de ontwikkeling van nieuwe koelmethodes, die het mogelijk maakten de bieren op een lagere temperatuur te laten gisten. Hierdoor kon het gistingsproces worden vertraagd en was er meer controle mogelijk. In It Ton werd deze gistingsmethode verplicht, waarna ook Ny-Nesse en Neiste de lokale warmgistende ofwel bovengistende bieren in de ban deden. In de loop van de 19e eeuw werden de ondergistende bómbiera steeds populairder, maar de bovengistende bieren wisten stand te houden.

Een moderne biercultuurEdit

Hoewel het aantal brouwerijen in de 20e eeuw flink is afgenomen, is de Isselse biercultuur nog steeds bijzonder gefragmenteerd: niet één bier of één stijl domineert de markt, maar verschillende brouwers met verschillende specialiteiten. De traditionele kruidige Isselse bieren zijn nog steeds populair en worden meer en meer geëxporteerd naar de omringende landen en de Verenigde Staten, waar veel belangstelling is voor afwijkende bieren. Tegelijkertijd importeert Issel ook steeds meer bieren uit het buitenland en laten Isselse brouwers zich inspireren door internationale trends, zoals aromatische hoppen en het gebruiken van gerookte mout.


BereidingsmethodenEdit

GistingEdit

Er zijn drie manieren om de bierpap, de wort, tot gisting te laten brengen:

  • Ondergistend. Bij deze gekoelde gisting komt het bier geleidelijk tot gisting en zakt het gist naar de bodem van de brouwketel. Ondergistende bieren zijn in Issel vooral rond It Ton en Ny-Nesse populair. Bómbier (bodembier) is de gebruikelijke verzamelnaam voor de pilsachtige bieren die van deze gisting het resultaat zijn, maar er zijn ook enkele andere ondergistende biersoorten.
  • Bovengistend. Zonder koeling gaat het gisten veel sneller, maar is er ook minder controle en komt het gist bovendrijven. De meeste Isselse bieren zijn bovengistend. Hierin sluit de Isselse biercultuur duidelijk aan op de Engelse, waar bovengisting ook overheerst, terwijl op het Europese vasteland ondergistende bieren dominant geworden zijn.
  • Spontane gisting. De brouwer laat de wort in de open lucht gisten. Stoffen in de lucht brengen de gisting op gang. Het resultaat is een zurig bier dat seum wordt genoemd. Bieren van spontane gisting waren tot in de twintigste eeuw algemeen in Nederland en bepaalde regio's van Duitsland, maar zijn tegenwoordig tot de omgeving van het Belgische Brussel en het Isselse Lujltjurk beperkt.

GraansoortenEdit

Bier wordt doorgaans van gerst gemaakt. De gerst wordt in water geweekt, ontkiemt, wordt vervolgens gedroogd of geroosterd (het mouten) en daarna tot een moutpap, de wort, verwerkt. De wort is de basis van het bier.

Typisch voor de Isselse biercultuur is het gebruik van alternatieve graansoorten. Tarwebieren zijn zeker niet uniek en worden ook elders gebrouwen, maar roggebieren en haverbieren zijn wereldwijd aanzienlijk zeldzamer.

Hom of kuitEdit

Bieren van over de hele wereld worden door toevoeging van hop op smaak gebracht en krijgen zo de typische bittere afdronk die wordt geassocieerd met bier. Isselse bieren worden lang niet altijd gehopt: het gebruik van kruidenmengsels, elders in de wereld nagenoeg verdwenen, is hier nog heel normaal. Tegenwoordig komt het ook voor dat bieren zowel gehopt als gekruid worden. Op etiketten zal altijd vermeld staan welke methode is gebruikt en ook in cafés staat op de meeste bierkaarten of het bier een hom (hopbier) of kút (gruitbier) is.

Isselse biersoortenEdit

DE 530

Het nuttigen van een drinkbier

In Issel worden verschillende soorten bier gedronken. De Isselaar is zich vaak bewust van het verschil tussen deze soorten, en zal niet om "bier" vragen, maar om het specifieke type bier dat hij op het moment van bestellen wil drinken. Sommige soorten komen alleen in bepaalde seizoenen voor.

Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen drinkbiera en starkbiera. De laatste bieren zijn zwaarder en worden niet in alle cafés verkocht; drinkbieren zijn algemeen en hebben een alcoholpercentage van maximaal 5%. Ook de glazen verschillen: voor drinkbieren zijn halve literglazen gebruikelijk, voor sterke bieren glazen van 0,3 liter.

DrinkbieraEdit

  • Bómbier. Typisch voor Lense. Dit ondergistende bier is de Isselse interpretatie van een pilsener. Er zijn uitgesproken bittere, hoppige bómbieren, zoals Lensar Laj, maar veel bómbieren hebben een naar zoet neigende smaak die vooral toegankelijk moet zijn.
  • Malt. Zeker niet alcoholvrij: malt betekent gewoon mout. Malt is bovengistend, amberkleurig en verfrissend. Bijna elk café heeft een malt op tap, en het is voor veel Isselaars het normale bier om een avondje op door te doen.
  • Gâllin. Voor een gâllin worden zowel gerst als tarwe gebruikt. Het resultaat is een fris, wat vlak bier, dat vaak met kruiden op smaak wordt gebracht (gruit), maar er zijn ook varianten met alleen hop en combinaties van beide.
  • Rojbier. Rojbier oftewel roggebier is vooral typisch voor Nordoage. De meeste roggebieren worden met kruiden op smaak gebracht, maar er bestaat ook een gehopte variant, Barle, die aan een pale ale doet denken.
  • Seum. Seum is bier van spontane gisting. Het heeft een friszure, wat saaie smaak en wordt dan ook meestal gezoet of gekruid. Ook kan het de basis zijn van een miskbier.
  • Ling. Ling is een haverbier. Het heeft een frisse, wat waterige smaak die meestal niet genoeg wordt gewaardeerd. Ling is dan ook vaak basis voor een miskbier.
  • Miskbier. Miskbier is bier gemengd met een andere drank, meestal een vruchtensap. Basis is een zurig, relatief saai bier dat door het vruchtensap nieuw elan verwerft. Het miska (mengen) gebeurt meestal in het café zelf en de klant kan aangeven of hij het resultaat zoeter of juist zuurder wil. Tegenwoordig zijn ook miskbiera met cola of andere frisdranken ingeburgerd geraakt.

StarkbieraEdit

  • Brún. Een bruin, bovengistend bier van gerst wordt simpelweg brún genoemd. De meeste bruine bieren zijn bitterzoet van smaak, met gebrande tonen en wat caramel. Een brún kan zowel onder- als bovengistend zijn. Brún is vooral typisch voor Beimsoage en Lense.
  • Swart. Zwart bier, swart, heeft zijn kleur en smaak te danken aan het branden van de mout. Deze bieren zijn goed vergelijkbaar met porters of zware stouts. Er bestaan zowel bovengistende als ondergistende varianten.
  • Triem. Een zwaar gruitbier, gemaakt van zowel gerst en tarwe als haver. Veel brouwers bieden een goede triem. De stijl is zeer typisch en komt alleen in Issel zo algemeen voor. De beste bieren in deze stijl komen van Kleif en Wiedsoage.

StadsbierenEdit

Een typisch Issels fenomeen is dat van de stadsbieren. Elk heim (d.w.z. elke stad die hoofdstad van een graafschap is geweest) heeft een eigen stadsbier dat door een speciale commissie wordt gecontroleerd op smaak en kwaliteit.

  • Langheul: Hám. Hám is een typische malt die in heel Issel veel wordt gedronken. Het is dan ook duidelijk de meest commerciële van de stadsbieren, vooral natuurlijk door de grote eigen afzetmarkt in Langheul.
  • Akkerá: Ullek. Een triem van zo'n acht procent, en daarmee het zwaarste Isselse stadsbier. Het heeft een kruidige, warme smaak met sporen van gagel en haver.
  • Lujltjurk: Kumme. Een seum: friszuur, maar in balans. Kumme is heel verfrissend en wordt in kleine glaasjes gedronken, maar wel uit een grote fles. In Lujltjurk is ook een lichtere, gezoete tapversie te krijgen.
  • Neiste: It Neh: een mooi bitter, pilsachtig bómbier, dat een lange, hoppige nasmaak heeft. It Neh wordt ook elders in Issel veel gedronken en wordt ook geëxporteerd.
  • Marshefa: Tikkar. Een sterke malt van 7,5 procent en dus nauwelijks lichter dan Ullek. De hoppige smaak wordt verrijkt met subtiele sporen van vruchten en kruiden. Tikkar wordt in bolronde glazen gepresenteerd en traditioneel wordt dit glas gedeeld.
  • Sweihei: Lóske. Een relatief lichte brún met een matig zoete smaak. Lóske wordt gebrouwen in een abdij net buiten Sweihei. Lóske wordt het best lauw gedronken.
  • Endeheim: Múlfjest. Múlfjest is een donkere gâllin die zijn kleur dankt aan de toevoeging van gebrande mout. Het bier heeft een fruitig, donker aroma. Het heeft een milde zoetheid die aan vanille doet denken.
  • Niklasheim: Oatse. Rojbier, met een bijzonder fruitige, banaanachige smaak. Oatse is een van de merkwaardigste stadsbieren, vooral ook omdat het nauwelijks schuim bevat en ook vrij licht is. Je houdt ervan of je verafschuwt het, tenzij je natuurlijk in Niklasheim woont: dan ben je er gewoon trots op.

ExportEdit

Issels bier is nog niet genoeg bekend in het buitenland. Er wordt dan ook maar matig geëxporteerd. Tekenend is dat de populairste bieren in het buitenland Hám en It Neh zijn, bieren die in stijl zeker niet uniek Issels zijn. Het tij lijkt de laatste jaren iets te keren. Vooral in Amerika en in Engeland is veel interesse voor de bijzondere Isselse bieren.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki