Wikia


Noorwegen

Nationale Vlag, de oranje band symboliseert het eiland Gøta, de blauwe band het eiland Eiðis

Eiðis-Gøta, voluit Prins-Regentiële Bondsstaat Eiðís-Gøta is een eilandengroep in de Deutsche Bucht, niet ver gelegen van Helgoland. Bestaande uit twee eilanden, Eiðís (het kleinste) en Gøta (het grotere) is het een aparte staat op zich. Ooit deel uitmakend van Denenmarken, verkreeg het tijdens de Napoleontische oorlogen zijn onafhankelijkheid. 

Algemene gegevensEdit

AlgemeenEdit

  • Officiële landstaal: Duits, Deens, Ijslands (enkel in spelling)
  • Hoofdstad: Gøtaborg (ook bekend als Prins-Regentstad)
  • Regeringsvorm: Bondsstaat met prins-regentiële parlementaire democratie
  • Staatshoofd: Prins-Regent Ludwig Anton Hochhaus (sinds 2009)
  • Regeringsleider: Anna Lindbergh- Odder (sinds 2012)
  • Religie: 
    • Lutheranisme (96,5%)
    • Katholiek (3%)
      Map - kopie - kopie (2)

      Kaart van het hedendaagse Eiðis-Gøta

    • Andere of niet religieus (0,5%)
  • Oppervlakte: 1,8 km²
  • Inwoners: 1.027 (01-07-2014)

BijkomendEdit

  • Hoogte: 97 m
  • Volkslied:  Unsere Heimat im Meer / Vores fædreland i havet
  • Munteenheid: Euro (EUR)
  • Nationale Feestdag: 25 februari (Vrijheidsdag)

Geschiedenis van Eiðis en GøtaEdit

Zie Geschiedenis van Eiðis en Gøta voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het land werd in 1099 gesticht door Magnus Magnusson Ynglinger, die er samen met Helgoland een welvarende eilandstaat van maakte. In 1457 veroverden de Denen de eilanden, in 1700 ging Helgoland naar Duitsland. Na een oorlog verkregen Eiðís en Gøta in 1814 de onafhankelijkheid van Denenmarken. Van 1868 tot 1918 stond het land onder bescherming van Pruisen, en na de Tweede Wereldoorlog heeft het zich ontwikkeld tot een moderne Europese natie, die aansluiting heeft gezocht bij de verschillende instanties.

De eilanden Eidis en GøtaEdit

GøtaEdit

Gøta is het hoofdeiland, en bijgevolg ook het grootste eiland van de twee. Het kenmerkendst zijn de grote, uitgebouwde haven en de zich hoog verheffende rotsen. 

Helgoland, Germany, ca 1890-1900

Tekening van Gøta rond 1900, de vestingen zijn nog bewoond

Tegen de zee liggen de enige twee steden op het eiland: Gøtaborg (ook bekend als Prins-Regentstad in het buitenland) en Sanðefoss. Deze twee zijn nagenoeg met elkaar vergroeid, en liggen aan de voet van de grote rots. Gøtaborg is de hoofdstad en grootste stad van de Bondsstaat. Daar staan o.a. het Prins-Regentiëel Paleis en de Hoofdrechtbank van het land. De stad heeft een ziekenhuis en de belangrijkste voorzieningen, waaronder ook een grote haven, inclusief veerhaven vanwaaruit veerdiensten naar Eiðis, Helgoland, Duitsland en Denemarken vertrekken. Sanðefoss is kleiner, en heeft enkel een binnenhaventje. Het stadje staat wel op de toeristische kaart vanwege de vakantieparken en campings in de buurt.

Bovenop het rotsplateau staan twee oude vestingen: Magnus Magnusson Ynglingers Festning uit 1105, dat voor het grootste deel een ruïne is en Von Harburgs Festning uit 1805-1807, dat uitgegroeid is tot een kleiner stadsdeel van Gøtaborg. Op deze rotsen bevindt zich ook het hoogste punt van het land, de Toppen (97m). Er zijn slechts weinig gemotoriseerde voertuigen, bijna alle verplaatsingen gebeuren te voet of met de fiets. Spoorwegen zijn er niet, evenals autosnelwegen.

EidisEdit

Het tweede, kleinere eiland is Eiðis. Het is van vorm platter (hoogste punt is 39m) en vlakker, omdat het de Internationale Luchthaven Eiðis huisvest. De luchthaven ontvangt slechts kleine tot middelgrote vliegtuigen uit voornamelijk Duitsland en Denenmarken, omdat de startbaan voor conventionele lijnvluchten te klein is. De nationale Gøtische vliegclub heeft hier ook haar basis.

Ook dit eiland telt twee steden: Eiðis-stad en Eyðeshavn. In Eiðis-stad vinden we als belangrijkste gebouw het Bondsparlement. Verder een aantal woonhuizen, een kerk met kerkhof en een kleine haven, die de veerdienst vanuit Gøta ontvangt. In het piepkleine Eyðeshavn zien we voornamelijk visserij, enkele vissershuisjes en de daarbijbehorende kleinschalige visindustrie. Er zijn ook veel duinen op het eiland, die het aantrekkelijk maakt voor dagjestoeristen.