Wikia

Geofictie Wiki

Geschiedenis van Kronenburg

816pages on
this wiki
Add New Page
Talk0 Share

Dit artikel behandelt de geschiedenis van Kronenburg tot aan 1953. Klik hier voor de geschiedenis van Kronenburg vanaf 1953.

De oorspronkelijke bewoners, kolonisatie en de Republiek Nieuw-Friesland Edit

Tot in de tweede helft van de 17de eeuw woonden er nog oorspronkelijke bewoners op de Kronenburgse eilanden; ‘Indianen’, zoals ze door de Europeanen genoemd werden. De Narragansett en Massachusett of Wampanoag, zoals de stammen in die regio heetten, woonden daar al eeuwen, toen in de 16de eeuw de eerste Europeanen aan land kwamen. Dit waren vooral Nederlandse kolonisten uit de noordelijke provincies van de Republiek der Verenigde Nederlanden, Groningen en Friesland. In de eerste jaren was de relatie tussen de oorspronkelijke bewoners en de nieuwkomers vrij goed, met name tussen de Narragansett en de Europeanen. Documenten uit die tijd maken zelfs gewag van huwelijken tussen leden van beide volkeren.

In 1627 kwam hier een einde aan. In dat jaar stichtten enkele kolonisten, met name kooplieden, de Republiek Nieuw-Friesland, gebaseerd op de Republiek der Verenigde Nederlanden in Europa. De Nieuw-Friese variant van het parlement werd de Raad, die resideerde in Friescheburg, hoofdstad van de Republiek. Onder leiding van de corrupte en incompetente stadhouder Johannes Pietersma (1596 – 1644) werden niet alleen de andere kolonisten gedwongen de nieuwe staat te erkennen, maar het leidde ook tot een einde van de goede betrekkingen met de Narragansett en de Wampanoag. In de jaren die volgden werd het grootste gedeelte van hen weggejaagd of simpelweg vermoord. De stadhouder zelf wachtte echter hetzelfde lot in 1644, nadat zijn onoirbare praktijken met jonge jongens aan het licht kwamen. De burgers van Nieuw-Friesland kwamen tegen hem en de kooplieden die zijn bondgenoten waren, in opstand en hij werd zonder proces geëxecuteerd – om precies te zijn: hij werd onthoofd, naar verluidt met een botte bijl, wat ondraaglijk lijden veroorzaakt zou hebben. Nadat het Koninkrijk Kronenburg was gesticht verloren de weinige oorspronkelijke bewoners die het mislukte experiment van de republiek hadden overleefd, hun etnische identiteit en ze vermengden zich met de nieuwe bewoners van hun land. Aan slechts een paar Kronenburgers kun je tegenwoordig nog zien dat hun voorouders Narragansett of Wampanoag waren.

Het vroege koninkrijk (1649 – 1807) Edit

Binnenlandse politiek Edit

Nadat de poging om een republiek te stichten, mislukt was, besloot de Raad in Friescheburg dat het land dan maar een koninkrijk moest worden. Tenslotte waren de meeste landen in Europa op dat moment monarchieën en het moest nog bewezen worden dat andere regeringsvormen net zo goed waren. Nadat andere kandidaten afgevallen waren (één kandidaat ontving de uitnodiging een week nadat hij onthoofd was) werd Willem Frederik van Nassau-Dietz uitgenodigd om koning van Kronenburg te worden, en hij accepteerde. Vanaf dat moment ging Nieuw-Friesland door het leven als het Koninkrijk Kronenburg.

De vroege koningen hebben echter geen van allen hun land ten westen van de Atlantische Oceaan bezocht. De eerste koning dacht dat het belangrijker was om in de Nederlanden te verblijven, aangezien hij daar makkelijker in contact kon blijven met de andere Europese adel. Het nieuwe koninkrijk werd door andere Europeanen ook niet bijzonder serieus genomen. In Kronenburg zelf maakte dit alles niet zoveel uit: het land werd bestuurd door de Voorzitter van de Volksvertegenwoordiging, die de taken van het staatshoofd uitvoerde in afwezigheid van de koning. De Voorzitter kon personen aanwijzen die hem hierbij assisteerden, de Staatsschepenen. Sinds 1650 las de Voorzitter ieder jaar de Promulgatio Rerum Publicarum Coronamburgensis (kortweg Promulgatie) om zijn plannen voor het volgende jaar kenbaar te maken. De wetgevende macht was in handen van zowel het parlement als zijn Voorzitter, terwijl de laatste ook de uitvoerende macht in handen had. De Voorzitter had hierdoor dus een grote hoeveelheid invloed in de Kronenburgse politiek en de maatschappij.

Buitenlandse betrekkingen Edit

De relaties met de naburige koloniën waren in het algmeen goed. Diverse vroege Voorzitters hadden plannen om Nieuw-Amsterdam (het huidige New York) bij Kronenburg te voegen, en sommige kolonisten in Nieuw-Amsterdam leken dat op dat moment ook een goed idee te vinden. Nieuw-Amsterdam werd in 1664 echter geruild tegen Suriname, waardoor de kolonie Brits werd. De situatie was nu compleet andersom, omdat de Britten met begerige ogen naar Kronenburg begonnen te kijken. Toen Voorzitter Harm Tjallingh (1673 – 1684) een wet invoerde waardoor belastingen verhoogd werden die buitenlandse schepen moesten betalen bij het aanleggen bij een Kronenburgse haven, veroorzaakte dit bijna een gewapend conflict met Londen. Tjallingh werd door de Volksvertegenwoordiging overgehaald om een uitzondering te maken voor Britse schepen, waardoor het geschil werd bijgelegd.

In de achttiende eeuw kwamen grote groepen Scandinavische kolonisten naar Kronenburg, vooral Denen. Zij stichtten diverse nieuwe nederzettingen, waaronder Denestad, dat nu de zevende stad van het land is. Dezelfde eeuw bracht ook onafhankelijkheid voor de kolonisten in New England. Kronenburg hielp de kolonisten meer dan eens om hun doel te verwezenlijken, aangezien Engeland zich steeds agressiever tegen Kronenburg opstelde. Nadat de Amerikaanse onafhankelijkheid was uitgeroepen in 1776, kon Kronenburg in ruil voor de hulp zijn territorium uitbreiden met het oostelijke deel van Long Island en delen van Massachusetts; met name Cape Cod.

Koning Willem III Edit

Aan het eind van de achttiende eeuw kwam koning Willem III naar Kronenburg. Hij moest de Republiek der Verenigde Nederlanden (waar hij als stadhouder bekend stond onder de naam Willem V) in 1795 hals over kop verlaten en zo reisde hij de oceaan over bij wijze van vakantie. In Kronenburg trad hij vooral op bij ceremoniële gelegenheden en hij bemoeide zich nauwelijks met de binnenlandse politiek, waardoor hij erg populair werd. Bij zijn dood in 1806 was er volgens veel Kronenburgers dan ook een groot monarch verloren gegaan.

Koning Willem IV, koning Alexander I en koning Alexander II (1807 – 1879) Edit

Het beleid van koning Willem IV Edit

Alhoewel koning Willem IV in eerste instantie het beleid van zijn vader in Kronenburg voortzette, veranderde hij in 1807 drastisch van koers. Hij riep een nieuw staatsorgaan in het leven, de Ministerraad, omdat hij vond dat de Voorzitter en de Volksvertegenwoordiging te veel macht hadden. De Voorzitter – op dat moment Reindert Stægeman – werd van veel van zijn privileges ontdaan. Stægeman en de meeste leden van de Volksvertegenwoordiging probeerden zich tegen het besluit van de koning te verzetten, maar het Kronenburgse leger bleek achter de koning te staan. Stægeman kreeg voor bijna twee jaar huisarrest opgelegd, en toen hij in 1809 herkozen werd als Voorzitter, ontdekte hij dat de koning ervoor gezorgd had dat hij noch de Volksvertegenwoordiging nog langer in staat waren om grote macht uit te oefenen. De eerste poging tot een politieke partij werd vervolgens opgericht door politici die tegen de veranderingen waren, die de koning doorvoerde; zij noemden zich de Staatsen. Als reactie werd er een tegenpartij opgericht, de Monarchisten. De Staatsen waren overigens niet noodzakelijk tegen de monarchie zelf; zij waren het alleen niet eens met het beleid van koning Willem IV.

Niet alleen in Kronenburg was de troonsbestijging van Willem IV bij sommigen ongewenst: toen hij als koning van Kronenburg actief de macht zocht, zorgde dit voor de eerste spanningen tussen Kronenburg en de nieuw gevormde Verenigde Staten van Amerika, omdat Willem volgens de Amerikaanse kolonisten te pro-Engels was. In de tweede onafhankelijkheidsoorlog van 1812 tot 1815 tussen de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk bleef Kronenburg neutraal. De koning liet bemiddelen tussen beide partijen en op 24 december 1814 werd de Vrede van Gent gesloten, waarvoor hij gastheer speelde in zijn nieuw verworven rijk op het Europese vasteland. Met dit verdrag werd ook de onafhankelijkheid van Kronenburg gewaarborgd; zowel de Verenigde Staten als het Verenigd Koninkrijk beloofden de onafhankelijkheid van het trans-Atlantische koninkrijk te respecteren.

Alhoewel dit een belangrijk moment was voor Kronenburg, vonden critici dat er in het verdrag te weinig stond om de territoriale integriteit van Kronenburg van dat moment te bewaren. Later zouden er twee oorlogen plaats vinden tussen de Verenigde Staten en Kronenburg. Tijdens de laatste, in 1871, werden oostelijk Long Island en het merendeel van het Kronenburgse vasteland (thans weer Massachusetts) grotendeels heroverd door de Verenigde Staten, alhoewel Kronenburg West-Cod en een klein stukje vasteland behield. Het kleine stukje vasteland ging na de Tweede Wereldoorlog, in 1947, terug naar de Verenigde Staten, als ruil voor het herstel van de Kronenburgse onafhankelijkheid.

Voor de Kronenburgers maakten de veranderingen in de politiek nog niet zo heel veel verschil. Pas na 1815 begon men op straat iets te merken: in dat jaar werd koning Willem IV de eerste koning van het Koninkrijk der Nederlanden (als Willem I) en hij ontvouwde vrij snel daarna zijn plannen om beide landen te verenigen. Vanaf dat moment benoemde hij steeds vaker Nederlanders op hoge posten in Kronenburg, en behandelde Kronenburgers als tweederangs burgers. Johannes Deter [1821 – 1829] was de eerste (en enige) Voorzitter van de Volksvertegenwoordiging die direct vanuit Nederland was geïmporteerd. In het hele land werden schepenen, rechters, burgemeesters en ministers vervangen door Nederlanders. Tijdens de jaren ’20 kregen de Nederlanders steeds meer privileges en de koning voerde het Nederlands in als de officiële taal van Kronenburg. In 1828 ging het gerucht dat de koning permanent naar Den Haag zou verhuizen en dat hij de Kronenburgse regering door één minister voor Kronenburgse zaken zou vervangen. De Staatsen vonden nu dat het één en ander uit de hand dreigde te lopen en ze organiseerden een reeks opstanden in Kronenburg-Stad (de hoofdstad van Kronenburg van 1649 tot 1871) en in Friescheburg. In de jaren die volgden veroverden de Staatsen langzamerhand de macht, ook omdat veel geboren Kronenburgse Monarchisten overliepen naar de Staatsen. In 1830 kreeg de koning te maken met een dubbel front, toen ook de Belgen in opstand kwamen. Hij verliet Kronenburg vervolgens permanent om zich te wijden aan het bewaren van de eenheid van zijn Europese territorium.

Koning Alexander I Edit

Met de koning uit de weg was het voor de Staatsen niet moeilijk om de macht weer naar zich toe te trekken. Een belangrijke rol speelde Voorzitter Egbert Koops [1829 – 1837], die bij zijn verkiezing tot Voorzitter nog Monarchist was, maar zich vrij snel na het vertrek van de koning had bekeerd tot Staatse. Hij herstelde de situatie van vóór 1807 althans tijdelijk en voor zover mogelijk. De Ministerraad werd niet helemaal afgeschaft, maar moest voortaan verantwoording afleggen aan de Voorzitter.

Voorzitter Koops eiste vervolgens het aftreden van koning Willem IV. Dit gebeurde in 1834, maar aangezien men in Kronenburg de scheiding tussen beide landen definitief wilde maken, was het onbespreekbaar dat Willems oudste zoon koning van Kronenburg zou worden, daar hij reeds ‘geclaimd’ was door Nederland. Daarom werd diens eerste jongere broer, prins Frederik, gevraagd om de Kronenburgse troon te accepteren. Dit deed hij, maar hij veranderde vlak voor de kroning van mening. De nieuwe koning werd dus de derde zoon van koning Willem IV: August Lodewijk, die zijn naam bij zijn kroning echter veranderde in Alexander I; hij was een bewonderaar van wijlen tsaar Alexander I van Rusland, de zwager van zijn broer Willem II der Nederlanden.

Koning Alexander I verhuisde vrijwel meteen naar Kronenburg en zette het grootste deel van zijn vaders beleid inzake de binnenlandse zaken voort. De Kronenburgers keken de kat uit de boom ten aanzien van de plannen van de nieuwe koning, maar aangezien hij niets meer aan de soevereiniteit van het land kon veranderen, lieten ze hem zijn gang gaan. In 1837 gaf de koning diverse politieke instellingen in het land specifiekere taken. De Volksvertegenwoordiging, inclusief dier Voorzitter, kreeg alleen nog maar wetgevende bevoegdheden; de Koninkrijksraad, een orgaan dat in 1829 door de vorige koning was ingesteld om de Volksver-tegenwoordiging in de gaten te houden, werd belast met het juridisch en financieel controleren van de wetten die de Volksvertegenwoordiging uitvaardigde. De Ministerraad werd de uitvoerende macht, met de koning zelf als voorzitter.

De daden van de koning leidden echter niet tot een rustigere staatsinrichting. In de jaren die volgden werd er steeds gekibbeld tussen de wetgevende en de uitvoerende macht. Ministers werden, vaak voor het leven, benoemd door de koning zelf, wat tegen de wens van de Staatsen was, die diverse pogingen ondernamen om het systeem opnieuw te veranderen. De koning had de macht om nieuwe wetten goed- of af te keuren, waardoor de Volksvertegenwoordiging in de praktijk nog steeds weinig macht had. Het revolutiejaar 1848 sloeg ook over naar Kronenburg, waar de situatie bijzonder gespannen werd. Een liberale beweging die de politieke macht van de koning wilde beperken, slaagde er in het gebouw van de Koninkrijksraad door brand te laten verwoesten. Hierna werden veel liberalen gearresteerd, waardoor de revolutie in de kiem gesmoord werd voordat deze goed en wel begonnen was.

Verslechterende relaties met de Verenigde Staten leidden tot de eerste oorlog, van 1855 tot 1857, tijdens welke Kronenburg Cape Cod en andere gebieden verloor die nu deel uitmaken van Massachusetts en Rhode Island. Het land kreeg echter hulp van het Verenigd Koninkrijk, dat bang was dat de Verenigde Staten het Verdrag van Gent zouden schenden. Na de Vrede van Providence van 1857 zou Kronenburg de gebieden op het vasteland permanent kwijtraken, maar West-Cod en enkele kleinere eilanden mogen houden. Tijdens de Amerikaanse burgeroorlog steunde Kronenburg de Confederalen en heroverde de in 1857 verloren gebieden. Tijdens een verrassingsaanval in 1871 door de Verenigde Staten verloor Kronenburg echter niet alleen de heroverde gebieden voorgoed, maar ook zijn hoofdstad: Kronenburg-Stad werd zó zwaar gebombardeerd dat men besloot de hoofdstad ergens anders te bouwen. Dit werd uiteindelijk Alexanderstad. De tweede oorlog tegen de Verenigde Staten (de derde, als je de Kronenburgse bijdrage aan de Amerikaanse burgeroorlog ook meetelt) duurde slechts enkele maanden, maar de emotionele nasleep was zodanig dat het meer dan een eeuw zou duren voordat de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Kronenburg zouden verbeteren.

De overheidsinstellingen die in 1873 naar Alexanderstad verhuisden, kregen daar de namen die ze nu nog dragen, genoemd naar de windrichtingen van de vleugels van het gebouw dat hun nieuwe onderkomen werd: de Volksvertegenwoordiging werd de Noordkamer, de Ministerraad de Oostkamer en de Koninkrijksraad de Westkamer. Pas in 1949 werd de zuidelijke vleugel bewoond.

Koning Alexander II Edit

In 1875 stierf koning Alexander I en zijn zoon Alexander II besteeg de troon. De nieuwe koning probeerde zijn macht te ‘misbruiken’ door betrekkingen met de Verenigde Staten te verbeteren; de meeste Kronenburgers beschouwden dit als hoogverraad. De koning werd na vier jaar dan ook afgezet, waarna zijn negentien jaar oude dochter als koningin Marianne op de troon werd geholpen. De meeste politieke facties waren het er inmiddels over eens dat er iets moest veranderen, en zo werd er een grondwet geschreven en in 1883 door alle kamers aangenomen. Het staatshoofd verloor veel macht, maar bleef voorzitter van de Oostkamer (Ministerraad). Ministers konden niet meer voor het leven benoemd worden, maar voor periodes van zeven jaar. Dit was een experiment, omdat vier jaar in eerste instantie te kort werd geacht om structureel beleid te maken. In 1917 werden de termijnen voor alle kamers toch tot vier jaar verkort.

Het tijdperk van koningin Marianne (1879 – 1953)Edit

De koningin vs. de Noordkamer Edit

De eerste jaren dat koningin aan de macht was, verliepen nogal chaotisch. De koningin zelf was niet bijzonder ingenomen met de nieuwe grondwet, alhoewel die niet zoveel van haar macht beperkte als sommige politici hadden gewild; het idee dat een vrouw het land regeerde, maakte niet iedereen enthousiast, zeker als het ook nog een vrouw was die zo jong was als koningin Marianne. Als voorzitster van de Oostkamer botste de koningin geregeld met de Noordkamer, en niet alleen met de oppositie. De Noordkamerleden stemden zeventien keer tegen voortzetting van de eerste Oostkamer, maar de koningin weigerde steeds om andere ministers te benoemen. Binnen de regerende partij CPK (Conservatieven) groeide de spanning en na zes jaar viel de regering eindelijk, simpelweg omdat de partij ophield te bestaan. De partij die won na de verkiezingen (CDP, Conservatieve Democraten) was de opvolger van de CPK-factie die tegen de vorige regering was. De koningin weigerde dus halsstarrig om een regering voor te zitten die bestond uit CDP-leden en in het begin van 1890 sloot ze zich met hoofdpijn op in haar paleis, waar ze in de acht jaar die volgden, nauwelijks uitkwam. De vice-voorzitters van de Oostkamer traden in die periode op als voorzitter.

Het land zelf maakte ook een woelige periode door. Erg slechte werkomstandigheden en lage lonen zorgden tussen 1885 en 1897 voor diverse opstanden in het land. Bij de ergste protestactie kwamen ruim 50 mensen om het leven, doordat ze opgesloten zaten in een instortende fabriek in Denestad in februari 1892. Daarnaast eiste men algemeen kiesrecht – tot 1910 konden alleen prominente mannen stemmen; daarna mochten alle mannen en vrouwen boven 23 jaar stemmen. Het was echter niet mogelijk om op vrouwen te stemmen tot bijna een halve eeuw na 1910; de koningin of koning kon al wel vrouwlijke ministers in de Oostkamer benoemen (de eerste vrouwlijke vice-president van de Oostkamer, Emma Wynolt-Jansma, werd al in 1937 benoemd!), maar pas in 1957 konden vrouwen gekozen worden als leden van de andere kamers van het parlement.

Toen koningin Marianne in 1898 terugkeerde in het openbare leven, leek haar humeur behoorlijk verbeterd. Ze zat weer enkele Oostkamervergaderingen voor, maar verder bracht ze de tijd door met haar familie. In 1884 was ze getrouwd met Ernst van Habsburg-Lotharingen, een zoon van keizer Franz Joseph. Een gevolg van dit huwelijk was dat Ernst het Lutherse geloof had moeten aannemen om door de Kronenburgse wet en het Kronenburgse volk als prins-gemaal geaccepteerd te kunnen worden, waardoor hij zijn rechten op de Oostenrijkse troon verloor. Tegen 1898 hadden de koningin en de prins-gemaal drie kinderen, van wie de oudste, kroonprins Alexander, vanaf de jaren ’20 van de twintigste eeuw erg graag gezien werd in de Kronenburgse high society. Zijn twee jongere zusters, de prinsessen Wilhelmina en Astrid, lieten zich niet vaak zien in het openbaar en zij verlieten Kronenburg na hun huwelijk. In 1910 trouwde de kroonprins met een Braziliaanse prinses en in de jaren die volgden werden hun twee zoons geboren, de latere koningen Willem V Hendrik (1910 – 1963) en Alexander III Ernst (1917 – 2005).

Onvrede, dictatuur en bezetting Edit

Alhoewel de monarchie in die dagen erg populair was, was het volk niet zo gelukkig met zichzelf. De Eerste Wereldoorlog zorgde voor een gestage toestroom van vluchtelingen naar Kronenburg, waardoor de werkloosheid steeg en de steden overbevolkt raakten. Kronenburg was neutraal gedurende de hele oorlog, maar er kwamen veel deserterende soldaten uit Europa en later ook uit de Verenigde Staten naar het koninkrijk, waar ze een nieuwe identiteit kregen en een nieuw leven konden beginnen; de Kronenburgse regering ontkende dit overigens stellig. Deze officieuze politiek zorgde voor verontwaardiging bij een kleine groep rechtse politici en vreemdelingenhaat nam in het hele land toe. In 1919 werd er een nationaal-socialistische politieke partij opgericht (NSPK), die tijdens de jaren ’20 en ’30 gestaag populairder werd. De economische crisis van 1929 versterkten de gevoelens van onrust. Bij de verkiezingen van 1928 behaalde de NSPK al een groot aantal zetels, maar hun grootste overwinning kwam vier jaar later, toen de partij een absolute meerderheid behaalde en dus in haar eentje een democratisch gekozen regering kon vormen. De koningin, die de zeer vriendschappelijke banden met Duitsland niet aanstonden, zat van 1933 tot 1937 elke Oostkamervergadering voor, hoe onbelangrijk ook, en wist al te merkwaardige beleidspunten van de regering in de kiem te smoren.

Na de verkiezingen van 1936 verloor de NSPK haar veilige positie, en koningin Marianne haastte zich om de partij te verbieden. De partij en haar vele aanhangers waren hierover verbolgen, en een jaar later pleegden ze een staatsgreep, waarna de koninklijke familie gedwongen werd het land te verlaten. De Republiek Kronenburg werd gesticht, ogenblikkelijk erkend door Duitsland en Italië; de Verenigde Staten onthielden zich van elk commentaar. Alhoewel ze in theorie de democratie propageerde, was de republiek feitelijk een dictatuur. De zaken werden echter niet zo grimmig als in Europa. Minderheden werden wel gedwongen om naar ghetto’s te verhuizen: in 1941 bestonden er drie grote en 41 kleinere gemeenschappen in de stad Friescheburg. Het systeem om ghettobewoners van elkaar te onderscheiden was nogal ingewikkeld en volgens ooggetuigen zouden hooggeplaatste Duitsers zich in Kronenburg publiekelijk vrolijk hebben gemaakt over de vele symbolen die in zwang waren.

In december 1941 vielen de Verenigde Staten Kronenburg binnen. Alhoewel Duitsland inmiddels begonnen was de Kronenburgse defensie te versterken, was dit te laat op gang gekomen en na een korte, hevige zeestrijd van minder dan een dag was de Republiek gevallen. De Amerikaanse regering was zeer ingenomen met zichzelf, aangezien het de inval in Kronenburg met succes gebruikt had om het Amerikaanse volk te laten zien dat het prima in staat was om tegenmaatregelen te treffen na de aanval op Pearl Harbor. De NSPK-regering werd gearresteerd en het land werd behandeld als bezet gebied. Een heksenjacht op NSPK-leden en sympathisanten begon, waardoor iedereen op elk moment en overal meegenomen kon worden voor ondervraging. Veel NSPK-leden werden gepakt, maar er waren ook veel onschuldigen die dingen bekenden die ze niet gedaan hadden, simpelweg om van de ondervraging af te zijn. Van 1941 tot 1945 werden meer dan 110.000 mensen geëxecuteerd. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, in 1945, stopten de executies, maar er waren nog twee jaar en veel internationale bemoeienissen voor nodig om de Verenigde Staten te overtuigen dat het Koninkrijk Kronenburg moest worden hersteld.

Lees verder in de geschiedenis van het moderne Kronenburg.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki