Wikia

Geofictie Wiki

Jan Ylieen

816pages on
this wiki
Add New Page
Talk5 Share

Jan Ylieen (Guas Jan Ylieen, Rento, 27 maart 1902, Malosin, 17 juli 1979) was een Seppisch en Kronenburgs componist en dirigent.

In 1902 werd Jan Ylieen geboren als derde zoon van de Seppische violist Guas Ylieen (1870 – 1956) en de Kronenburgse Hanna Ulgersma (1874 – 1951). Hij werd al heel vroeg door zijn vader onderricht in het vioolspel en bleek zeer muzikaal. In 1905 emigreerde de familie – inmiddels verrijkt met een dochter – naar de grote Kronenburgse stad Friescheburg. Hier kreeg Ylieen vioollessen van Hendrik Faverey (1863 – 1924) en volgde hij masterclasses compositie van onder meer Martinus-Jan Hansema (1870 – 1959). Op last van zijn vader ging hij studeren in Seppië, aan de Muziekacademie in Soprito. Hij koos de richtingen compositie en directie en kreeg hierin onder meer les van Ittre Einkör Sellegte en Wesge Lakmeig, die ooit een in Seppië wel bekend vioolconcert schreef voor zijn latere vrouw Leinne Lakmeig-Ylieen, de tante van Jan Ylieen. Hij slaagde voor zijn examen compositie met De Beschaving, zijn Eerste Hoornconcert, op. 9.

Terug in Kronenburg werd hij in 1926 aangesteld als dirigent van de Koninklijke Militaire Kapel in Oosterland. Al snel werd hij landelijk ontdekt en in 1933 werd hij chef-dirigent van het Filharmonisch Orkest van Oranjewijk, welke feestelijke gebeurtenis gevierd werd met de première van Ylieens Vierde Symfonie, op. 22. Als dirigent had Ylieen de gelegenheid om zijn werk door zijn orkest te laten uitvoeren, maar alhoewel het – in verhouding tot werken van andere componisten – vrij veelvuldig werd gespeeld, sloeg het nauwelijks aan bij het Kronenburgse publiek.

In Seppië was dat anders. Ylieen vertoefde vaak in Soprito en met name zijn kamermuziek won hier grote populariteit. Ylieen componeerde drie Seppische Suites voor strijkkwartet, getiteld Seppische Steden (op. 13), Seppische Heuv'len (op. 25) en Seppische Luchten (op. 35). Oorspronkelijk was hij van plan geweest ook dergelijke stukken van Kronenburgse aard te componeren, maar hij voelde dat dat ‘zinloos’ was en het bleef bij enkele vage schetsen.

Na de staatsgreep in Kronenburg in 1938 door de nationaal-socialisten zat Ylieen – net als de meeste Kronenburgers – vast in Kronenburg. Alhoewel de extreemrechtse regering in Kronenburg zich niet onderscheidde door wreedheden jegens minderheden, zoals in Duitsland wel het geval was, werd er toch in beperkte mate geprotesteerd, onder meer door Ylieen, die zijn baan als dirigent opzegde, omdat hij niet wilde doen alsof er niets gebeurd was. Zijn schrille altvioolsonate, op. 30 stamt uit deze gespannen tijd. In de periode van de Amerikaanse bezetting, vanaf 1941, wist Ylieen te ‘ontsnappen’ en de rest van de oorlog bracht hij door in Seppië. Zijn Vijfde Symfonie, op. 38 Oorlog uit 1946 en zijn Zesde Symfonie, op. 39 Vrede stammen uit 1946 en 1947. De vijfde, die lang niet zo bekend is als de zesde, werd geschreven uit protest tegen de aanhoudende bezetting van Kronenburg door de Verenigde Staten. De zesde symfonie heeft een majestueuze, blijde klank en is ook tonaal, in tegenstelling tot de vijfde, wat de toegankelijkheid waarschijnlijk vergroot. Het laatste deel echter heeft iets vermanends en de componist trachtte hiermee klaarblijkelijk het publiek duidelijk te maken dat het na de zesde symfonie niet ‘af’ is, dat er nog heel wat moet gebeuren voordat er écht vrede is.

In 1952 werd Ylieen opnieuw chef-dirigent, nu van het Koninklijk Symfonie-orkest, een van de vele orkesten in Alexanderstad. Het stuk Missies, twaalf tableaux voor orkest, op. 50 stamt uit de jaren hierna, evenals de eerste drie hobosonates en het hoboconcert Vijverscènes, die Ylieen schreef voor de Seppische hoboïst Esker Suaag Arrileig (*1923). De Kronenburgse kritieken haalde hij niet, behalve met het stuk Behang, op. 53, één van de zogenoemde Abstracte Tableaus voor orkest. Dit stuk uit 1961 druipt van het sarcasme over de burgerlijkheid van de Kronenburgse muziek. De hint werd niet begrepen door de critici en het stuk werd compleet onderuit gehaald, tot intens genoegen van de componist, die sinds dit voorval geen van zijn stukken nog in Kronenburg hun première liet beleven.

Jan Ylieen zei het dirigentschap officieel vaarwel in 1969. Drie jaar daarvoor had hij in Prisce – de Seppische hoofdstad – zijn Zevende Symfonie gedirigeerd en bij het afscheid bracht hij zelf zijn Vierde Pianoconcert in première. Hij vestigde zich nu voorgoed in Seppië, in een dorpje ten zuiden van Soprito, waar hij nog bleef componeren tot zijn dood in 1979.

In 2006 werd in het Kronenburgse Waterburg het Centrum voor Culturele Samenwerking 'Jan Ylieen' opgericht; een AGL-instituut dat de culturele opvolger is van het oude Mård-Instituut.

Werkenlijst Edit

Toneel/opera

  • Esther, opera in vier aktes, op. 71 (1969)
  • Job, opera in drie aktes, op. 77 (1972)

Vocaal

  • Zeelied voor koor, trompet en orkest, op. 5 (1924)
  • zes Seppische liederen voor bariton en orkest, op. 12 (1927)
  • psalmen VI, XXIII, LXVII en CXIX voor koor en orkest, op. 19 (1935)
  • mis voor koor en kamerorkest, op. 20 (1935)
  • psalmen XVIII, XLII, C en CL voor koor en orkest, op. 31 (1939)
  • drie Seppische liederen voor alt en orkest, op. 34 (1940)
  • vier liederen voor sopraan en strijktrio, op. 40 (1949)
  • vier liederen voor bas en strijkkwartet, op. 58 (1963)
  • Stabat Mater voor soli, koor, orgel en kamerorkest, op. 59 (1963)
  • zes liederen voor koor a capella, op. 69 (1968)

Symfonieën

  • symfonie nr. 1, op. 4 (1923)
  • symfonie nr. 2, op. 6 (1924) Atlantische Symfonie
  • symfonie nr. 3, op. 15 (1931)
  • symfonie nr. 4, op. 22 (1935)
  • symfonie nr. 5, op. 38 (1946) Oorlog
  • symfonie nr. 6, op. 39 (1947) Vrede
  • symfonie nr. 7, op. 67 (1968)
  • symfonie nr. 8, op. 87 (1979) (Onvoltooid)

Overige orkestwerken

  • Fuga, op. 33 Bermuda-Driehoek
  • Missies: twaalf tableaus, op. 50 (1959)
  • Behang: abstract tableau nr. 1, op. 53 (1961)
  • Verzen: abstract tableau nr. 2, op. 85 (1976)

Werken voor solo-instrument en orkest

  • pianoconcert nr. 1 in bes, op. 23 (1936)
  • pianoconcert nr. 2 in cis, op. 27 (1937)
  • pianoconcert nr. 3, op. 42 (1953)
  • pianoconcert nr. 4, op. 70 (1969)
  • pianoconcert nr. 5, op. 79 (1973)
  • symfonische études voor piano en orkest, op. 73 (1970)
  • Jarjana-Rapsodie voor piano en orkest, op. 75 (1971)
  • scherzo voor twee piano's en orkest, op. 64 (1965)
  • vier menuetten voor viool en orkest, op. 2 (1922)
  • drie walsen voor viool en orkest, op. 14 (1930)
  • fluitconcert nr. 1, op. 56 (1963)
  • fluitconcert nr. 2, op. 66 (1967)
  • hoboconcert, op. 47 (1955) Vijverscènes
  • althoboconcert, op. 84 (1975)
  • concertino voor contrafagot en orkest, op. 72 (1970)
  • concertino in Es voor hoorn en orkest, op. 3 (1922)
  • hoornconcert nr. 1, op. 9 (1925) De Beschaving
  • hoornconcert nr. 2, op. 63 (1965)
  • passacaglia voor tuba en strijkorkest, op. 8 (1924)
  • concertino voor celesta en blaasorkest, op. 44 (1954)

Kamermuziek

  • hobosonates nrs. 1-3, op. 46 (1955)
  • hobosonate nr. 4, op. 57 (1963)
  • hobosonates nrs. 5-6, op. 65 (1966)
  • sonate voor twee klarinetten, op. 51 (1960)
  • vioolsonate nr. 1, op. 11 (1926)
  • vioolsonate nr. 2, op. 28 (1938) Relikwieën
  • vioolsonate nr. 3, op. 55 (1962)
  • vier stukken voor altviool en piano, op. 17 (1933)
  • altvioolsonate, op. 30 (1939)
  • rapsodie in e voor cello en piano, op. 16 (1932)
  • adagio voor contrabas en piano, op. 80 (1974) Wake
  • 24 préludes en fuga's voor twee piano's, op. 32 (1939)
  • trio nr. 1 voor piano, viool en cello, op. 10 (1926)
  • trio nr. 2 voor piano, viool en cello, op. 41 (1950)
  • trio nr. 3 voor piano, viool en cello, op. 49 (1958)
  • trio nr. 4 voor piano, viool en cello, op. 61 (1964)
  • trio nr. 5 voor piano, viool en cello, op. 62 (1965)
  • trio nr. 6 voor piano, viool en cello, op. 82 (1974) Schimmen
  • trio voor althobo, contrafagot en contrabas, op. 88 (1979)
  • Seppische Suite nr. 1 voor strijkkwartet, op. 13 (1929) Seppische Steden
  • Seppische Suite nr. 2 voor strijkkwartet, op. 25 (1937) Seppische Heuv'len
  • Seppische Suite nr. 3 voor strijkkwartet, op. 35 (1943) Seppische Luchten
  • strijkkwartetten nrs. 1-3, op. 36 (1944)
  • strijkkwartetten nrs. 4-6, op. 37 (1944)
  • strijkkwartet nr. 7, op. 54 (1961)
  • strijkkwartet nr. 8, op. 60 (1964)
  • strijkkwartet nr. 9, op. 76 (1972)
  • strijkkwartet nr. 10, op. 78 (1973)
  • strijkkwartet nr. 11, op. 83 (1974)
  • strijkkwintet, op. 29 (1938)

Solowerken

  • pianosonate nr. 1, op. 7 (1924)
  • pianosonate nr. 2, op. 18 (1934)
  • pianosonate nr. 3, op. 24 (1937)
  • pianosonate nr. 4, op. 68 (1968)
  • pianosonate nr. 5, op. 74 (1970) De Rode Zee
  • pianosonate nr. 6, op. 86 (1977)
  • twee scherzi voor piano, op. 1 (1922)
  • vier polonaises voor piano, op. 45 (1954)
  • zes préludes voor piano, op. 48 (1956)
  • andantino voor piano, op. 81 (1974) Dageraad
  • partita in d voor klavecimbel, op. 21 (1935)
  • orgelsonate, op. 43 (1953)
  • fantasie voor altfluit solo, op. 52 (1960)
  • sonate voor cello solo, op. 26 (1937)

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki