Wikia


Het Kronenburgs heeft een groot aantal sterke werkwoorden. Weergegeven zijn steeds de infinitief, de do-vorm (de voorkeursvorm van de tweede persoon enkelvoud indicatief presens), het preteritum (indicatief) en het deelwoord. Van de infinitief worden de indicatief presens afgeleid (m.u.v. de do-vorm en de derde persoon enkelvoud) alsook de conjunctief presens. Van de do-vorm wordt de derde persoon enkelvoud van de indicatief presens afgeleid. Van het deelwoord wordt de conjunctief preteritum afgeleid. De vormen van het werkwoord kamje (komen) luiden dus als volgt:

  • ind. pres.: ik kam, do kuomst/jee kam, hi/si/it kuom, wi kam, jo kam, ha kam
  • con. pres.: ik kamje, do kamjest/jee kamje, hi/si/it kamje, wi kamje, jo kamje, ha kamje
  • ind. pret.: ik/do/jee/hi/si/it/wi/jo/ha kaam
  • con. pret.: ik/do/jee/hi/si/it/wi/jo/ha kome


a|a|e|aEdit

  • faldje-faldst-fel-fallen (vallen)
  • haldje-haldst-hel-hallen (houden)

a|a|o|aEdit

  • fangje-fangst-fong-fangen (vangen)

a|uo|aa|oEdit

  • kamje-kuomst-kaam-komen (komen)

aa|ee|eo|aaEdit

  • bedraagje-bedreegst-bedreog-bedragen (bedragen)
  • blaasje-bleest-bleos-blasen (blazen)
  • draagje-dreegst-dreog-dragen (dragen)
  • faarje-feerst-feor-faren (varen)
  • laatje-leetst-leot-laten (laten)
  • waagje-weegst-weog-wagen (durven)
  • waaksje-weekst-weoks-waaksen (groeien)

e|e|aa|ooEdit

  • wenje-wenst-waan-wonen (wonen)

e|e|o|oEdit

  • helpje-helpst-holp-holpen (helpen)
  • melkje-melkst-molk-molken (melken)
  • skelje-skelst-skol-skollen (schelden)
  • smeltje-smeltst-smolt-smolten (smelten)
  • trefje-trefst-trof-troffen (treffen)
  • trekje-trekst-trok-trokken (trekken)
  • wenje-wenst-won-wonnen (winden)

ea|ea|a|eaEdit

  • stearje-stearst-star-stearren (sterven)

ea|ea|a|iEdit

  • geneasje-geneast-genas-genissen (genezen)
  • leasje-least-las-lissen (lezen)

ea|ea|e|eEdit

  • leapje-leapst-lep-leppen (lopen)
  • skeapje-skeapst-skep-skeppen (scheppen)

ea|ea|o|oEdit

  • kearje-kearst-korf-korren (kerven)
  • swearje-swearst-sworf-sworren (zwerven)
  • tearsje-tearst-torsk-torsken (dorsen)
  • wearpje-wearpst-worp-worpen (werpen)

ea|i|o|oEdit

  • beargje-birgst-borg-borgen (bergen)
  • feargje-firgst-forg-forgen (maken)
  • seangje-singst-song-songen (zingen)
  • steankje-stinkst-stonk-stonken (stinken)

ea|uo|uo|uoEdit

  • bedearje-beduorst-beduor-beduorren (bederven)
  • ferdearje-ferduorst-ferduor-ferduorren (verderven)

ee|ea|a|eeEdit

  • eetje-eatst-at-eten (eten)

eou|ee|eo|aaEdit

  • greouje-greefst-greof-grawen (graven)

eou|i|ea|eouEdit

  • bleouwje-blifst-bleaf-bleouwen (blijven)
  • feoutje-fitst-feat-feouten (vechten)
  • fleoutje-flitst-fleat-fleouten (vlechten)
  • kleouwje-klifst-kleaf-kleouwen (klimmen)
  • preouwje-prifst-preaf-preouwen (proeven)
  • reouwje-rifst-reaf-reouwen (rijgen)
  • skreouwje-skrifst-skreaf-skreouwen (schrijven)
  • treouwje-trifst-treaf-treouwen (duwen)
  • weouwje-wifst-weaf-weouwen (wuiven)
  • wreouwje-wrifst-wreaf-wreouwen (wrijven)

i|ea|a|iEdit

  • bidje-beadst-bad-bidden (bidden)
  • fergytje-fergeatst-fergat-fergytten (vergeten)
  • fritje-freatst-frat-fritten (vreten)
  • gybje-geafst-gaf-gybben (geven)
  • hitje-heatst-hat-hitten (heten)
  • mitje-meatst-mat-mitten (meten)
  • sitje-seatst-sat-sitten (zitten)

i|i|aa|oEdit

  • wirje-wirst-waard-worden (worden)

i|i|aa|ooEdit

  • befilje-befilst-befaal-befolen (bevelen)
  • brikje-brikst-braak-broken (breken)
  • nimje-nimst-naam-nomen (nemen)
  • sprikje-sprikst-spraak-sproken (spreken)
  • stikje-stikst-staak-stoken (steken)
  • wrikje-wrikst-wraak-wroken (wreken)

i|i|ee|eeEdit

  • bitje-bitst-beet-beten (bijten)
  • snidje-snidst-sneed-sneden (snijden)

i|i|o|oEdit

  • begynje-begynst-begon-begonnen (beginnen)
  • binje-binst-bon-bonnen (binden)
  • blinkje-blinkst-blonk-blonken (blinken)
  • drinkje-drinkst-dronk-dronken (drinken)
  • entgynje-entgynst-entgon-entgonnen (ontginnen)
  • ferswinje-ferswinst-ferswon-ferswonnen (verdwijnen)
  • finje-finst-fon-fonnen (vinden)
  • gyldje-gyldst-gold-golden (gelden)
  • glimje-glimst-glom-glommen (glimmen)
  • hingje-hingst-hong-hongen (hangen)
  • klimje-klimst-klom-klommen (klimmen)
  • klinkje-klinkst-klonk-klonken (klinken)
  • mingje-mingst-mong-mongen (mengen)
  • rinje-rinst-ron-ronnen (rennen)
  • sinkje-sinkst-sonk-sonken (zinken)
  • skynkje-skynkst-skonk-skonken (schenken)
  • skrikje-skrikst-skrok-skrokken (schrikken)
  • slinkje-slinkst-slonk-slonken (verminderen)
  • spinje-spinst-spon-sponnen (spinnen)
  • springje-springst-sprong-sprongen (springen)
  • sprintje-sprintst-spront-spronten (hardlopen)
  • swimje-swimst-swom-swommen (zwemmen)
  • swingje-swingst-swong-swongen (draaien)
  • swinkje-swinkst-swonk-swonken (zwenken)
  • tingje-tingst-tong-tongen (dingen)
  • twingje-twingst-twong-twongen (dwingen)
  • winje-winst-won-wonnen (winnen)
  • winkje-winkst-wonk-wonken (wenken)
  • wringje-wringst-wrong-wrongen (wringen)

i|uo|ea|eeEdit

  • gytje-guotst-geat-geten (gieten)
  • skytje-skuotst-skeat-sketen (schieten)

i|uo|oo|ooEdit

  • dikje-duokst-dook-doken (duiken)
  • fligje-fluogst-floog-flogen (vliegen)
  • genitje-genuotst-genoot-genoten (genieten)
  • glipje-gluopst-gloop-glopen (sluipen)
  • kripje-kruopst-kroop-kropen (kruipen)
  • likje-luokst-look-loken (sluiten)
  • rikje-ruokst-rook-roken (ruiken)
  • slipje-sluopst-sloop-slopen (sluipen)
  • slitje-sluotst-sloot-sloten (sluiten)
  • snitje-snuotst-snoot-snoten (snuiten)

ii|i|ee|eeEdit

  • beliidje-belidst-beleed-beleden (belijden)
  • beswiikje-beswikst-besweek-besweken (bezwijken)
  • bliikje-blikst-bleek-bleken (blijken)
  • gliidje-glidst-gleed-gleden (glijden)
  • kniipje-knipst-kneep-knepen (knijpen)
  • riidje-ridst-reed-reden (rijden)
  • skytje-skytst-skeet-sketen (schijten)
  • sliitje-slitst-sleet-sleten (slijten)
  • smiitje-smitst-smeet-smeten (smijten)
  • spiitje-spitst-speet-speten (spijten)
  • striidje-stridst-streed-streden (strijden)
  • striikje-strikst-streek-streken (strijken)
  • wiikje-wikst-week-weken (wijken)
  • wiitje-witst-weet-weten (wijten)

ii|i|ei|eeEdit

  • kriigje-krigst-krei-kregen (krijgen)
  • spiigje-spigst-spei-spegen (spugen)

ii|uo|ea|eeEdit

  • kysje-kuost-keas-kesen (kiezen)
  • liigje-luogst-leag-legen (liegen)

ii|uo|oo|eEdit

  • ferliisje-ferluost-ferloor-ferlerren (verliezen)
  • friisje-fruost-froor-frerren (vriezen)

ii|uo|oo|eeEdit

  • biidje-buodst-bood-beden (bieden)

o|ou|oo|oEdit

  • skopje-skoupst-skoop-skoppen (schoppen)

oo|uo|oo|ooEdit

  • stoje-stuofst-stoof-stowen (stuiven)

u|ou|oo|uEdit

  • rupje-roupst-roop-ruppen (roepen)

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki